Selecteer een fotoalbum:

  • Onze eerste generaties

  • De jaren 50 & 60

  • Gent & Eksaarde

  • VDK vandaag
  •  

     

     

    Het Stampkot in Avelgem:

    De geschiedenis van onze koffiebranderij gaat van start in Avelgem (W-VL) in 1854. Op dat ogenblik beslist mijn bet-overgrootvader Leo Vandekerckhove een aanvang te nemen met het branden van koffie. In de periode die hieraan voorafging, hielden Leo en de familie zich bezig met het "stampen" van olie uit lijnzaad. Hierdoor sprak men in de streek van Avelgem tot zelfs een paar jaar geleden over "de kafé van de stampers" of “Stamperskaffie” wanneer men het over onze koffie had.


    Op de eerste 2 pagina’s van het album vind je een overzicht van onze stamboom. Met de foto van Leo hebben we de geschiedenis echter een bijzondere maar milde vorm van geweld aangedaan. In zijn tijd waren er nog nl. geen foto’s en bij wijze van aardigheid hebben we met de computer een mix gemaakt tussen het hoofd van Max Havelaar en Piere Vandekerckhove, de zoon van Leo. We vinden echter niemand meer die nog kan aangeven hoe ver of dichtbij de gelijkenis is.

    Piere (1875-1935), Armand (1910-1974) en Willem (1912-1970) zien er wel uit zoals ze destijds Avelgem bevolkten. Een oplettende Avelgemenaar op jaren vraag zich intussen misschien al af wie we met Armand bedoelen.. Zowat iedereen die bij de zaak langskwam sprak immers over meneer Herman, bij deze opgehelderd. Zelfs mijn vader werd door de Avelgemenaren aangesproken met “meneer Marc”.

    Doordat mijn betovergrootvader oorspronkelijk een stamperij van lijnzaadolie uitbaatte, beschikte hij over voldoende middelen om een koffiebranderij op te starten. In het Avelgem van de 19de eeuw was het beginnen van een zelfstandige zaak niet zo vanzelfsprekend. De meeste dorpsgenoten gingen bv. naar Roubaix en Tourcoing werken in de textiel en in de zomer was er de Franse suikerbietenteelt. Naast een brouwerij genoot de stamperij en vervolgens koffiebranderij redelijk wat aanzien in de streek van Avelgem.
    Mijn overgrootvader Piere werd in 1875 geboren toen zijn vader Leo 58 was. Piere trouwde met Irma Staelens, de dochter van een deurwaarder. Zij kregen drie kinderen. Laura die later met een dokter trouwde. Herman en Willem die de zaak verder zetten. Leuke wetenswaardigheid is dat Alida Staelens, de schoonzuster van mijn overgrootvader, trouwde met Stijn Streuvels. Stijn Streuvels was het pseudoniem voor Frank Lateur. Mijn vader vertelde dat er bij Stijn Streuvels enige schaamte bestond om onder zijn eigen naam te schrijven. Het lezen van boeken en het schrijven van novellen hoorde niet echt thuis in een dorp als Avelgem. Voor de dorpsbewoners was Frank Lateur dan ook een gewone bakkersgast. Later in zijn verhalenbundel ‘Openlucht’ met als novelle ‘Het Duivelstuig’ gebruikt hij eens de naam van mijn overgrootvader Piere Vandekerckhove voor één van zijn personages!

    Bovenaan de volgende pagina van het fotoalbum zie je de wagens waarmee onze koffie na de tweede wereldoorlog werd rondgereden. De relativiteit van het begrip “modern” wordt mooi geïllustreerd door een opschrift op de laatste wagen. Op de originele foto die iets groter is dan deze die hier wordt afgebeeld staat te lezen: “Moderne koffiebranderij Vandekerckhove”. Op de foto daaronder wordt het nieuwe logo van de zaak voorgesteld. Het ontwerp is van de hand van mijn grootvader Herman. Hij was net 24 jaar geworden op het ogenblik dat hij dit logo in Art Deco stijl aan de koffiebranderij koppelde, het zou nog vele jaren in gebruik blijven. Herman die erg geliefd was in de koffiebranderij zat ook in een schildersclub die zelfs tijdens de 2de W.O. actief bleef. Collega’s uit de schildersclub waren o.m. Pol Lobelle (hoofdonderwijzer) Charles Vincke (apotheker) en Roger Lambrecht (postbode) die overigens de vader is van VRT journalist Jef Lambrecht. Ze hadden ook fotograaf  VanCeynseele in hun midden en dankzij deze laatste beschikken we nu nog over verschillende mooie foto’s uit deze periode.

    Onder de foto van Herman zien we een guitige kerel opduiken die met grote trots amper boven het portier van de HAWA wagen uitkomt. HAWA was de naam van een bijzonder populair pakje koffie uit die tijd. De naam bestond uit een samensmelting van Herman (Armand) en Willem met daar voor de welluidendheid 2 klinkers aan toegevoegd.
    Bij het omslaan van de volgende pagina zien we 5 werknemers van VDK op een stapel koffiebalen zitten. Onder hen Briek en Michel alsook ook Roger De Graeve, de boekhouder van Vedeka die later opgevolgd werd door broer Daniël en zus Anna Carnel. De koffie is eerder die dag via de binnevaart op de Schelde aangekomen in Avelgem. Het schip werd gelost en de balen koffie werden met paard en kar naar de branderij gebracht. Via de trap werden de zakken naar boven gesleept. Ook de mannen die op “den bureau” werken staken een handje toe wanneer de zakken werden gelost. Nog een leuk weetje is dat de Broer van Roger De Graeve, Arnold De Graeve de vader was van Bert De Graeve, ex gedelegeerd bestuurder van de openbare omroep.

    Onze koffie werd in de vroege jaren steeds in balen verkocht. Verpakken was nog niet aan de orde, dit gebeurde pas in de winkels. De winkelier schepte de koffiebonen uit de balen en woog de hoeveelheden af op een wegschaal. De mensen maalden de koffie zelf. Een van de eerste merken van koffiemolens was Peugeot. Nog voor Peugeot zich toelegde op het produceren van fietsen en auto’s maakten ze enkel koffie-en pepermolens.

    De HAWA koffie waarvan zonet sprake is de eerste koffie die in pakjes werd verkocht. Op de foto’s kan je de “vulkamer” zien die zich onder de opslagplaats bevond waar de koffiebranders stonden. Op deze benedenverdieping kon met via silo’s de gewenste bonen binnenhalen en ze vervolgens verpakken voor transport. In de grote zaal riep men naar boven met welke koffie men de silo’s moest bijvullen. Mijn vader herinnert het zich nog levendig “Giet nekeer den Hawa in, den Dessert; de Reecla!, de Mena, de Java!”. Op een van de foto’s staat Roger De Graeve (de boekhouder) gehuld in stofjas pakjes te bewonderen. We hebben deze vulmachine nog steeds in ons atelier staan en ik maak er wekelijks nog gebruik van om hoeveelheden af te meten voor onze melanges. Oude liefde roest niet!


    In 1934 kocht mijn grootvader een monsterbrander aan. Zoals je op de foto kan zien valt het formaat van deze brander best nog mee, er was eigenlijk totaal niets monsterachtigs aan. Wanneer er makelaars in koffie langskwamen, konden mijn grootouders met behulp van deze koffiebrander staaltjes branden en zo meteen proeven of er een koffiesoort bijwas die de moeite waard was om aan te kopen. Het was voor die tijd een zeer geavanceerd apparaat. De staaltjes kwamen van verre landen zoals Brazilië, Costa Rica, Guatemala enz… en kwaliteitsverschillen tussen de verschillende koffiesoorten waren op dat ogenblik enorm. Omdat goede koffie maken heel belangrijk was, werd er voor de aanschaf niet geaarzeld. Deze monsterbrander was toentertijd onze beste garantie op bijzonder goede koffie.


    Niet lang na de aanschaf van deze machine liet de grote wereldcrisis zich ook in België hard voelen. De oorlog was in aantocht! In de havens werd op een bepaald ogenblik totaal geen koffie meer verscheept en het continent viel zonder koffie. De schaarse koffie die nog beschikbaar was, werd verkocht aan de allerrijksten. Om te overleven en om een alternatief te bieden, schakelde mijn grootvader over op “Mata”. Mata was malt, gebrande gerst. De gerst werd opgehaald bij de boeren en door VeDeKa gebrand en verpakt. De smaak was slecht maar bij gebrek aan alternatief werd er toch veel van gedronken. Op een van de foto’s zie je een grote groep jonge vrouwen met kapjes op hun hoofd. Dit was een ploeg van 25 vrouwen die mijn grootvader aanwierf om de Mata te verpakken.


    Ondanks de crisis en de oorlog vierde men vanaf 1940 ieder jaar enthousiast het feest van Sint Pieter. Op het einde van de maand juni was er namelijk steeds het feest van de heilige Petrus. Dit was voor VeDeKa steeds het absolute hoogtepunt van het jaar. Het feest begon telkens met een mis in de kerk van Avelgem. Alle personeel, vrouwen, mannen en hun echtgenotes kwamen er naar toe. Geen enkele vrouw die bij VeDeKa werkte had overigens een man. Van zodra de vrouwen getrouwd waren, stopten ze met werken. Het was nog de tijd van “moeder aan den haard”. In de jaren 60 kwam hier verandering in. Enfin, na de mis stapte iedereen op een autobus en maakten ze een grote reis naar verre oorden als de ardennen, de zee of de kempen. ’s Middags werden ze verwacht in één of ander restaurant voor een gezellig etentje. In de namiddag werd zeer regelmatig de dorst gelest met een lekkere pint en werden er nog belegde sandwiches voorzien van bakkerij Sijnaeve (vroegere bakker van Frank Lateur alias Stijn Streuvels).

    Met Nieuwjaar werden er traditiegetrouw ook toneeltjes opgevoerd. Het waren doorgaans kleine parodieën op meneer Vandekerckhove en zijn familie. Op een van de foto’s zit Piere een pijp te roken te midden van het hele gezelschap nadat hij net operette heeft gespeeld.
    Op een van de volgende foto’s zien we onderaan rechts een man piano spelen. Dit is André, de man van Agnes Verstraeten(vroegere bediende van de Vedeka) . De aangelegenheid is het grote feest van 100 jaar VeDeKa in 1954. Er werden heel de dag liedjes gezongen “HAWA hier hawa daar hawa overal, waar je komt waar je komt, hawa overal”. Op de foto boven zie je mijn overgrootmoeder Irma Staelens geflankeerd door haar zonen Herman en Willem. De rechtstaande zingende man is Marcel Vangeensdaele. Je had ook nog Jules, de  komiek van de branderij. Een bovenbeste kerel en ook de clown van ‘t bedrijf, wanneer Jules ergens binnen kwam, vulde de ruimte zich met zijn aanwezigheid en plezier. Hij was ook een van de beste vertegenwoordigers. Op het feest kwam veel personeel en oud-personeel af. Op de laatste foto van dit album zie je nog een groepsfoto. Ook mijn vader zit tussen onderaan rechts tussen de aanwezigen. Hij is net 18 en zijn actieve koffiejaren beginnen.